Dit is deel 2 van het artikel ‘Identificatie en dromen’. Het eerste deel kun je lezen via de volgende link: https://shelter36.nl/blog/identificatie-en-dromen-deel-1/
In het eerste deel van dit artikel (zie Droomjournaal, najaar 2025) heb ik geschreven dat identificatie vanaf jonge leeftijd een belangrijke rol speelt bij onze persoonlijke ontwikkeling. Ook beschreef ik de invloed van een cultuur op het identificatie-proces en het uitkristalliseren van het profiel waarmee we ons presenteren aan de buitenwereld. De invloed van identificatie op het onbewuste en daarmee op onze dromen mogen we echter net zomin onderschatten. Daarbij is gebleken dat er grote verschillen bestaan tussen een cultuur, die een materialistische en wetenschappelijke zienswijze heeft, tegenover een cultuur, die voornamelijk spiritueel en op oeroude wijsheid georiënteerd is.
In de oude wijsheidstradities wordt onderscheid gemaakt tussen ik-gerichte (samsarische) dromen en dromen die van een hogere orde zijn en/of het belang van de gemeenschap dienen. Samsarische dromen zijn een afspiegeling van ons gewoontebewustzijn (de meest grove vorm van bewustzijn) dat overdag actief is. Dit is de reden dat ze in de oude wijsheidstradities niet serieus genomen worden. Men dient zich door middel van spirituele beoefening te bevrijden van de identificatie daarmee, om te kunnen ontsnappen aan het rad van lijden/samsara (in cirkels ronddraaien/zwerven).
Meestal zijn we ons alleen bewust van het oppervlakkige bestaansniveau en identificeren we ons daar volledig mee. Op dit vlak ervaren we de schijnbare dualiteit van subject en object ten volle, waardoor we de buitenwereld als volledig gescheiden van onszelf beschouwen. Innerlijk en uiterlijk worden met elkaar verbonden door de zintuigen. Het grove bewustzijn is het bewustzijn dat via de zintuigen opereert. Het vormt de gehele ervaring van ons dagelijks wakkere leven. (vertaald uit: Luminous Emptiness v. Francesca Fremantle, blz.185-186).
In dit artikel licht ik toe waarom er in mijn visie toch prima met samsarische dromen gewerkt kan worden. Uiteindelijk ga ik ook in op dromen van een hogere orde.
Verloren delen van onszelf
In deel 1 kon je lezen dat onze persoonlijke identiteit en rol in het gezin beïnvloed worden door de (veelal onbewuste) keuzes, die we op jonge leeftijd maken. Het is die keuze, die maakt dat er ook delen buitengesloten worden, die ongewenst of onbruikbaar zijn. Naarmate de jaren verstrijken kan een volwassene, die de verkozen delen als vast onderdeel van zijn/haar profiel beschouwt, een eenzijdige gerichtheid gaan ontwikkelen. Diegene heeft zich feitelijk geïdentificeerd met dit profiel (de persona), wat uiteindelijk kan leiden tot klachten, (innerlijk) conflict of ziekte. Ook dromen geven signalen af. Je zult begrijpen dat men zich met behulp van droomwerk bewust kan worden van de dominante aspecten van het bestaande profiel. Iemand kan zich daardoor uitgenodigd voelen om voorbij dit profiel op onderzoek uit te gaan. Integratie van delen van de persoonlijkheid, die verdrongen of verborgen zijn, blijkt dan ook van groot belang te zijn voor het ‘heel worden’ van een persoon. Robert Moss zegt hierover: “Dromen maken ons heel. Zij tonen ons de vele aspecten van onszelf en helpen ons om die onder één dak bijeen te brengen.”

Zo beschouwd kan het wel degelijk zinvol zijn om droomwerk toe te passen op samsarische dromen. Door de jaren en de vele ervaring, die ik heb opgebouwd met droomwerk en het begeleiden van dromers, kwam ook ik tot dit besef. Is droomwerk immers niet dé manier om zich bewust te worden van de identificatie met het ego en het beperkte gewoontebewustzijn? Droomwerk zou niet alleen meer helderheid scheppen over de strategieën, die in de vroege jeugd al zijn opgebouwd, maar ook de mogelijkheid bieden om zich hier -indien gewenst- van los te maken.
Helen van de psyche
We kijken nu eerst naar een droomwerk-methode, die gericht is op re-integratie van verborgen of verdrongen delen van de psyche en het toepassen van identificatietechnieken om dit doel te bereiken. De methode is onder andere gebaseerd op het werk van Robert Moss en Fritz Perls.
‘Welk deel van mij?’ is een droomwerkoefening van Robert Moss (blz.97 en verder uit ‘Droom Bewust’). Door deze vraag te stellen, wordt de dromer uitgenodigd om te onderzoeken of bepaalde personages, dieren, of objecten in de droom delen van de dromer vertegenwoordigen. Door zich te concentreren op een ander personage, dier, of object kan de dromer ervaren of dit aspect inderdaad iets van haar of hemzelf vertegenwoordigt.
Robert Moss heeft zich bij deze oefening laten inspireren door Fritz Perls. Perls, één van de grondleggers van Gestalttherapie, ging echter nog een stap verder. Hij beweerde namelijk dat álle elementen in een droom projectie van de dromer zelf zijn. Jill Morris beschreef het in haar Droomwerkboek (blz.85 en volgende) als volgt: “Gestalt staat voor geheel of totaliteit. De Gestalttherapie is erop gericht delen van de persoonlijkheid, die verdrongen of vervormd zijn, opnieuw te integreren in het persoonlijk bewustzijn, zodat heling kan plaatsvinden. Daartoe worden alle elementen in de droom door de dromer beleefd en geuit, dit op basis van de gedachte dat elk element uit de droom een projectie van de persoon is.” Op bladzijde 86 beschrijft ze een oefening onder de titel: ‘Alles zijn wat in je droom voorkomt’.

Ik beschrijf nu een manier van werken, die ik zelf vaak toepas in mijn praktijk. Deze methode is gericht op het energetisch waarnemen en het belichamen van aspecten van de droom, met het doel het bewustzijn te verruimen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alle droomdelen op zichzelf bestaan en bezield zijn.
Perspectief verruimen
Tijdens het droomwerk keren we (na voorbereidende oefeningen) terug naar de droom en wordt de droom in de tegenwoordige tijd verteld. Als er meerdere droomwerkers aanwezig zijn keren we gezamenlijk terug naar de droom, die verteld wordt. De dromer wordt vervolgens door mij begeleid met het doel om volledig bewust te worden van het droomlandschap en het verhaal, dat zich hier afspeelt. De dromer beleeft in eerste instantie het landschap en de gebeurtenissen, waar zij/hij deel van uitmaakt, vanuit het perspectief van het droom-ik. Om dit perspectief te verruimen wordt het droom-ik uitgenodigd zich te verplaatsen in andere personages of objecten in de droom en deze te belichamen. Dromer en facilitator krijgen op die manier meer informatie met betrekking tot relationele aspecten en de plaats van het droom-ik binnen het geheel. Dit zijn de eerste stappen in het losweken van de identificatie met het droom-ik. Door los te weken van de identificatie zal er ruimte ontstaan voor nieuwe opties en mogelijkheden.
NB: het is bij deze methode van belang zonder oordeel en ontvankelijk te blijven. We laten de droom op ons inwerken, we stellen ons open voor wat zich aandient.
Dromen voorbij dualiteit
In spirituele tradities zijn de beoefenaars met name gericht op bewustzijnsniveaus, die voorbij de dualiteit en de psyche bestaan: hier zijn factoren als tijd en ruimte, alsook de realiteit van het dagelijkse, zintuigelijke leven niet van invloed. Deze spirituele beoefening kan goed ingepast worden binnen het droomwerk. Het betreft dan een volgend stadium, waar we ons richten op het betreden en verkennen van het gebied voorbij het ego en het gewoontebewustzijn. Dit gebied zou je ook het droomweefsel kunnen noemen: de onderliggende structuur van de droom, die vormloos en transparant is. Het droomweefsel staat in verbinding met deze verhoogde bewustzijnsniveaus.
Het bekende terrein verlaten
De voorbereiding van het droomwerk is dezelfde als die ik voorheen beschreef. De focus en aandacht zijn nu echter gericht op het gebied voorbij de psyche en het ego. Het betreft een dimensie, die zich niet door het ego laat beïnvloeden en volledig autonoom is. Dit betekent dat het droom-ik zich buiten de vertrouwde paden begeeft. Controle en bemoeienissen van het ego dienen vermeden te worden. Deze kunnen namelijk een verstorende uitwerking hebben. Ga ervan uit dat alles mogelijk is en stel je daarvoor open, zonder in te vullen, te fantaseren of te bepalen. Respecteer de droom als een autonoom krachtenveld. Houdt die intentie zoveel mogelijk aan gedurende het droomwerk. Als je merkt dat je afgeleid wordt, gaat invullen, of anderszins controleren, neem dan een stap terug en geef jezelf de ruimte en de tijd om je aandacht weer vrij te maken.
Hierna is het zaak het droom-ik dusdanig te begeleiden dat hij/zij zich voorbij de grens van het gewoontebewustzijn in het onbekende gebied kan gaan begeven. Hier aangekomen leert het droom-ik zich te identificeren met een tot nog toe onbekend, vreemd of zelfs vijandig aspect in de droom. Het standpunt en perspectief van het droom-ik wordt daarbij volledig losgelaten. Men is nu beter in staat dit onbekende en vreemde aspect van binnenuit waar te nemen/te ervaren. Dit brengt de dromer op diepere lagen in de droom en zodoende dichter bij het droomweefsel. Het bewustzijn wordt ruimer en er komt energie vrij.
Kortom: Door je open te stellen voor de mogelijkheid van een autonoom, op zichzelf bestaand krachtenveld en je bewustzijn te verruimen, zul je in staat zijn tot een dieper waarnemen en ervaren van de droom. Dromen kunnen vervolgens geheel andere dimensies aan het licht brengen, waarbij personages, dieren of objecten een autonoom of zelfs anorganisch bestaan leiden, die geheel los staan van de aardse werkelijkheid.
De ander worden
In sjamanistische tradities verlaten de sjamanen het bekende terrein om naar andere dimensies te reizen. Hier verkrijgen ze informatie ten behoeve van de gemeenschap, de genezing van zieken, verleden, heden of toekomst. Sjamanen hebben het vermogen om andere gestaltes aan te nemen, bijvoorbeeld van een krachtdier, waar de betreffende sjamaan een speciale band mee heeft. De sjamaan is in staat zich volledig te identificeren met dit krachtdier en kan zodoende beschikken over de speciale vermogens van het dier. Zij/hij is zo beter toegerust om tussen de werelden te reizen en deze dimensies, die nooit zonder gevaar zijn, te betreden.
Onzichtbare dimensies
Carlos Castaneda, een Peruaans antropoloog (1931-1998), schreef hier meerdere boeken over, waaronder ‘De kunst van het dromen’.
Carlos was in de leer bij een Mexicaanse Yaqui nagual (sjamaan-tovenaar), don Juan Matus genaamd. Eerder deed hij, als student antropologie, onderzoek naar het gebruik van hallucinerende paddenstoelen en cactussen. Na zijn studie werd hij een leerling van don Juan, die hem inwijdde in de geheime kennis en rituelen van zijn nagual-traditie. Don Juan maakte deel uit van een oeroude lijn van vrouwelijke en mannelijke Yaqui-naguals. Binnen de traditie van de Yaqui leren de ingewijden onder andere het energetische veld en het energie-lichaam te zien en te beheersen. Uiteindelijk zijn ze in staat zich te identificeren met dit energie-lichaam en de bovennatuurlijke krachten waarover het beschikt. Volleerde tovenaars reizen naar andere werelden door het energetisch centrum van hun energielichaam te verplaatsen. Je zou dit centrum kunnen vergelijken met een portaal. Waar er in sjamanistische tradities gesproken wordt over drie werelden, kennen de Yaqui-tovenaars er ontelbaar veel meer.
Vanaf het begin van het boek wordt al duidelijk dat het hier om een totaal onbekende vorm van dromen gaat. De wereld van tovenaars en sjamanen uit de traditie van don Juan blijkt dermate complex, dat het voor een rationeel denkend mens niet te bevatten is. Dit geldt ook voor Carlos, die als gevolg van zijn identificatie met de ratio net zomin in staat is om de onzichtbare dimensies te betreden. Hij kan dit alleen met hulp van don Juan. Wat betreft de kennisoverdracht van de geheime leer: Deze vindt plaats via een hoger bewustzijnsniveau, waartoe Carlos gedurende de eerste jaren van zijn inwijding eveneens uitsluitend via don Juan toegang heeft.

Carlos diende de identificatie met zijn ik volledig op te geven om op eigen kracht andere dimensies te kunnen betreden en er weer uit terug te kunnen keren. In zijn boek kun je lezen over bepaalde oefeningen om het bewustzijn in dromen te verruimen. Het boek leent zich niet als werkboek, maar is beslist een aanrader voor wie gefascineerd is door de ware potentie van ons bewustzijn.
Dit artikel werd gepubliceerd in het Droomjournaal, 31e jaargang, nr.1, voorjaar 2026.
Francisca te Brake, droomwerker, trainer, kunstenaar. www.shelter36.nl – www.pact23.com